EURORDIS Membership meeting 2015

Op 29 en 30 mei vond de EURORDIS Membership Meeting (EMM) plaats in Madrid, georganiseerd in samenwerking met de Spaanse organisatie FEDER. De ongeveer 200 aanwezigen bestonden voornamelijk uit vertegenwoordigers van patiëntenorganisaties, professionele zorgverleners en beleidsmakers en de bijeenkomst bood mogelijkheden voor netwerken, het delen van effectieve werkwijzen en te participeren in workshops.

De conferentie was verdeeld in verschillende plenaire sessies, waarvan de eerste zich focuste op Europese Referentienetwerken (ERNs) en zaken behandelde zoals het opzetten en de organisatorische aspecten van ERNs en hoe patiënten in hun ontwikkeling kunnen worden betrokken. Hierna vonden er vier aansluitende sessies plaats waarin de patiëntvertegenwoordigers de organisatie van ERNs bespraken. De plenaire sessie op zaterdagochtend was gericht op de uitkomsten van nationale conferenties en hoe bestaande of veelbelovende vormgeving van verschillende nationale plannen of strategieën andere landen zouden kunnen inspireren.

De sessies werden gevolgd door een aantal capaciteitsopbouwende workshops gebaseerd op bevindingen van nationale conferenties en strategieën voor zeldzame ziekten. Het doel van deze workshops is om de patiënten van voldoende kennis te voorzien om het beleid omtrent, en de diensten die aan patiënten geboden worden, in hun eigen land en lokale gemeenschap te verbeteren. De workshops begonnen met het evalueren van de huidige stand van zaken omtrent nationale conferenties en strategieën voor zeldzame ziekten, waarbij de focus lag op Expertise Centra, onderzoek en de toegang tot weesgeneesmiddelen en sociale dienstverlening, daarna werd er gekeken naar hoe er vooruitgegaan moet worden voor het behoud van het proces van het ontwikkelen van nationaal en Europees beleid voor zeldzame aandoeningen.

Een Europees Referentie Netwerk is het fysieke of virtuele netwerken van kennis en expertise van Expertise Centra in meer dan één Europees land. Het doel van een ERN is het verbeteren van de algemene kwaliteit en management van zorg bij een op zichzelf staande zeldzame ziekte of een groep zeldzame ziekten met gelijksoortige zorgbehoeften door het aanvullen, ondersteunen en het geven van meerwaarde aan de reeds bestaande diensten en expertise op nationaal niveau. Deze netwerkactiviteiten tussen nationale Expertise Centra bevorderen het delen en mobiliseren van expertise meer dan patiënten kunnen, maar staan toe dat patiënten een Expertise Centrum in een ander land kunnen bezoeken indien nodig. Patiënten in alle Europese landen kunnen baat hebben bij een ERN, ondanks dat Expertise Centra die lid zijn van het netwerk niet in elk Europees land nodig zijn.

ERNs hebben tot doel om professionals en expertisecentra uit verschillende landen kennis te laten delen en daarmee te bevorderen dat kwalitatieve zorg aan de patiënten geboden kan worden en zij op tijd de juiste diagnose en zorg ontvangen, om hun kwaliteit van leven en levensverwachting te verbeteren. Daarnaast is het een gereedschap om ongelijkheden in kwaliteit en toegang tot zorg terug te dringen binnen de grenzen van Europa. ERNs kunnen ook wel worden gezien als de “embryo” voor de toekomstige Europese gezondheidszorg.
Bij het opzetten van ERNs is het belangrijk om ten alle tijden een realistisch beeld te houden, er moet steeds weer gelet worden in hoeverre de ERNs klinisch relevant zijn voor artsen en patiënten. Men moet zich afvragen hoe de ERNs geïmplementeerd kunnen worden in nationaal beleid, organisatie en keuzemogelijkheden van de lidstaat en hoe ervoor gezorgd kan worden dat alle zeldzame ziekten in de ERNs worden opgenomen. Daarnaast moet de toegevoegde waarde van ERNs beoordeeld worden met oog voor de reeds bestaande Europese netwerken en het in stand houden van de activiteiten van ERNs moet financieel haalbaar zijn.
Het is niet de bedoeling dat ERNs slechts de Nationale gezondheidszorg systemen met elkaar verbinden. Er moet een verbetering van zorg komen die meetbaar is en vergelijkbaar is in heel Europa. De medische praktijk en data staan hierbij centraal.
Bij het oprichten van ERNs moet de zeldzame ziekten gemeenschap binnen Europa als een geheel worden gezien, het is de bedoeling dat alle lidstaten en alle zeldzame ziekten participeren. Het is de bedoeling dat er maximaal 20-30 ERNs worden opgericht om alles (organisatie/kosten) overzichtelijk te houden.
Een ERN voor een zeldzame ziekte bestaat uit een operationeel netwerk waaronder verschillende klinische netwerken vallen die relevant zijn voor artsen en patiënten. De ERNs zullen in eerste instantie opgebouwd worden vanuit reeds bestaande netwerken, met een gestructureerde benadering en steeds met meer zeldzame ziekten en een geografische dekking verbreden.
Het betrekken van patiënten is van groot belang voor het oprichten van ERNs. Zij zullen worden betrokken in het bestuur van ERNs voor zeldzame ziekten (het definiëren van prioriteiten, identificatie van centra en zorgaanbieders), betrokkenheid in het activiteiten van de ERNs (communicatie, klinische trials, databanken, zorg en diagnose), betrokkenheid bij de Expertisecentra.
Implicaties voor EURORDIS en haar leden: ons organiseren voor de ERN aanvragen en de lange termijn, een groep leden aanstellen voor democratische vertegenwoordiging in de ERN (juiste planning en betrokkenheid, relevant collectief werk), organiseren om de capaciteiten te versterken van alle betrokken patiëntenvertegenwoordigers middels netwerken, informatie uitwisseling en steun.
De patiëntenvertegenwoordigers dienen op de hoogte te zijn van het beleid, het proces en de criteria door de literatuur te bestuderen en het toe-eigenen van informatie. Zij moeten samenwerken met leidinggevenden in de zorg en nationale patiëntenorganisaties en hun Europese netwerk of federatie. Daarnaast moeten zij bereid zijn voor nieuwe taken en investering van tijd.
Het zal ongeveer 10 jaar duren om de ERNs te realiseren en het zal een lange weg worden met veel risico’s en onzekerheden. Door onze intelligentie, visie en enthousiasme samen te brengen hopen wij de obstakels die voor ons liggen te overwinnen. EURORDIS is altijd het middelpunt van de totstandkoming van dit beleid geweest en wij streven ernaar dit te blijven en de ERNs patientgericht te maken. De oproep voor aanvragen voor netwerken van Expertisecentra die ERNs willen worden zal in december 2015 gepubliceerd worden

Netwerk criteria en capaciteiten: kennis en expertise voor diagnosticeren en behandelen van patiënten, multidisciplinaire benadering, capaciteit om behandelrichtlijnen te creëren en uitkomstmaten en kwaliteitscontrole te implementeren, onderzoek/onderwijs/training op zich nemen, samenwerken met andere expertisecentra en netwerken.
Algemene criteria voor leden: horizontale criteria en condities die door alle zorgaanbieders aan moet worden voldaan ongeacht het gebied van expertise, waaronder: zelfbeschikking van patiënten en gecentreerde zorg, continuïteit van organisatie/management/zakelijk, capaciteit voor onderzoek en training, uitwisseling van expertise/informatiesystemen/e-health tools.
De lidstaten hebben een belangrijke rol in het beoordelen en goedkeuren van Netwerken. Zij dienen de centra te erkennen te erkennen op nationaal niveau, de aanvragen goed te keuren, er bestaat een bestuur van Lidstaten, en goedkeuring van de netwerken mits positief beoordeeld.
Het bestuur van lidstaten heeft de volgende verantwoordelijkheden: goedkeuring van netwerk en lidmaatschap, beëindiging van netwerken, verlies van lidmaatschap.

In 2004 overwogen EURORDIS en haar leden de oplossingen om expertise en middelen te bundelen om zo tot betere diagnose en kwalitatieve zorg te komen voor patiënten met een zeldzame aandoening in Europa. In 2008 werd er een mijlpaal bereikt met het aannemen van de “Declaration of Common Principles on Centres of Expertise and European Reference Networks”. Dit document erkende dat het niet mogelijk was om een Expertise Centrum te hebben voor elke op zichzelf staande zeldzame aandoening in elke lidstaat en dat het noodzakelijk is Europese Referentienetwerken in het leven te roepen bestaande uit Expertise Centra en zorgaanbieders. Vanuit het perspectief van de patiënt lag de focus op de vraag voor een multidisciplinaire benadering en de combinatie van zowel medische als maatschappelijke zorgverlening. In 2011 werd dankzij het werk dat EURORDIS verricht de Cross-Border Healthcare Richtlijn aangenomen die een rechtsgrondslag biedt om de oprichting van ERNs in Europa te dragen. Om de implementatie van de richtlijn te ondersteunen is een comité van lidstaten opgericht. In december 2015 zal er een oproep voor aanvragen voor netwerken van Expertisecentra die ERNs willen worden gepubliceerd worden.
ERNs creëren een duidelijke bestuursstructuur in Europa voor het delen van kennis en zorg coördinatie voor complexe aandoeningen die zeer gespecialiseerde gezondheidszorg behoeven, zoals zeldzame aandoeningen. Het zijn netwerken van Expertise Centra, zorgaanbieders en laboratoria, grensoverschrijdend georganiseerd. Door middel van deze netwerken zullen artsen over de meest recente deskundigheid beschikken en zo in staat zijn beter gemotiveerde beslissingen te maken over het aanpassen van de behandeling en zorgpaden, zodat de patiënt niet langer meer genoodzaakt is om voor de benodigde expertise naar het buitenland uit te wijken.
Om ervoor te zorgen dat elke patiënt met een zeldzame aandoening een ERN heeft om naar te verwijzen is het nodig om zeldzame aandoeningen bijeen te brengen in overkoepelende ERNs op basis van de volgende principes:
1. Een overkoepelende ERN voor zeldzame aandoeningen moet als een operationele ERN die een breed scala aan activiteiten omvat en dient als kennis en onderzoekscentrum. Deze ERNs zullen een wijd spectrum aan zeldzame aandoeningen dekken, die gegroepeerd zijn op basis van medische specialiteiten en lichaamssystemen, diagnostiek en therapeutisch gebied. Dit zal ertoe leiden dat een klein aantal ERNs uiteindelijk alle zeldzame aandoeningen dekken.
2. elk van de overkoepelende ERNs zal verdeeld worden in sub-netwerken, georganiseerd rondom het concept van klinische netwerken om zo verder te bouwen op bestaande informele netwerken en deze in de toekomst uit te kunnen breiden.
Het wordt de lidstaten aangeraden om:
De participatie van Expertise Centra in ERNs te stimuleren, waarbij de nationale competentie en regelgeving in het kader van hun autorisatie en erkenning in acht genomen moeten worden.
Het organiseren van zorgpaden voor patiënten met zeldzame aandoeningen door het vestigen van samenwerkingen tussen relevante experts en uitwisseling van professionals en expertise op nationaal niveau en, waar nodig, op internationaal niveau.
Het ondersteunen van het gebruik van informatie en communicatie technologieën waar dit nodig wordt geacht om de patiënt van behandeling op afstand te kunnen voorzien.
Het ultieme doel van ERNs is dat het zowel artsen als patiënten in hun wensen tegemoet komt. De groepen-structuur moet ervoor zorgen dat artsen effectiever kunnen werken, dat alle patiënten groepen en aandoeningen goed vertegenwoordigd worden en dat alle patiënten met een zeldzame aandoening toegang krijgen tot expertise. Verder streeft EURORDIS ernaar dat patiëntenorganisaties van zeldzame aandoeningen volledig betrokken worden in het bestuur van de overkoepelende netwerken, hun specifieke activiteiten en evaluaties.

VSOP (Vereniging Samenwerkende Ouder- en Patiëntenorganisaties)

Cor Oosterwijk bracht namens de VSOP tijdens een workshop de aanwezigen op de hoogte van de stand van zaken met betrekking tot het aanwijzen van Expertise Centra in Nederland en de rol van patiëntenorganisaties in dit proces. De VSOP gaat bij het proces van het aanwijzen de expertise centra uit van de richtlijnen die hiervoor zijn opgesteld door de EUCERD. Deze richtlijnen bestaan uit een aantal kernwaarden en de wenselijke vormgeving van die kernwaarden in het tot stand brengen van een expertise centrum. (Hierbij moet gedacht worden aan richtlijnen voor diagnose en zorg, kwaliteitsmanagement om de kwaliteit van zorg te garanderen).
Voor 2013 was er sprake van zelfbenoemde expertise centra. In 2013 is heeft de minister van VWS aan de Nederlandse Federatie van Universitaire medische centra (hierna NFU) opdracht gegeven om een aanwijzingsprocedure voor nationaal erkende expertisecentra in Nederland te ontwikkelen en uit te voeren. De NFU werkt hierbij samen met Orphanet-NL voor het wetenschappelijke perspectief, de VSOP voor inbreng van patientenperspectief en de Universitaire Medische Centra voor continuïteit van de expertise centra. Het toewijzingsproces verloopt als volgt; eerst vult het kandidaat-Expertise Centrum een vragenlijst in en stuurt deze naar de VSOP. Vervolgens wordt er naar de betrokken patiëntenorganisatie een vragenlijst gestuurd waarin de relatie van de patiënten organisatie met het kandidaat-expertise centrum, de betrokkenheid van de patiënten bij het verbeteren van de verleende zorg en of er sprake is van een (inter)nationale samenwerking met andere centra worden getoetst. De patiëntenorganisatie geeft dus aan of zij het eens zijn met de toewijzing van de status expertise centrum. Tot slot kan het kandidaat-expertise centrum een toewijzing krijgen van de Wetenschappelijke Adviesraad van Orphanet. Meer informatie over de toewijzing van expertise centra en de rol van de VSOP in dit proces kunt u vinden op: www.vsop.nl/nl/expertisecentra

Geschreven door T. Risch